Waarom dit gebeurt, en welk van de twee gevallen jij bent
Een spraakmodel herkent waarvan het veel gehoord heeft.
Het oefenmateriaal voor elke taal wordt gedomineerd door mensen die die taal als eerste geleerd hebben, opgenomen onder omroepomstandigheden, in verzorgd taalgebruik. Sprekers voor wie het een tweede taal is zitten er ook in, maar in veel kleinere hoeveelheden, en de specifieke manier waarop een bepaalde eerste taal een tweede kleurt is een nog kleinere hoeveelheid.
Een model doet het dus meestal het best op de accenten waarvan het de meeste opnames gezien heeft, en dat is geen oordeel over verstaanbaarheid. Genoeg mensen die een taal als tweede spreken zijn voor een mens makkelijker te volgen dan veel moedertaalsprekers met een zwaar streekaccent, en het model vindt dat streekaccent tóch makkelijker, omdat het er meer van gehoord heeft.
Mensen concluderen daaruit dat hun Engels niet goed genoeg is, terwijl er een statistische eigenschap van een verzameling opnames in het spel is. Welk van deze twee gevallen jij bent, bepaalt welke oplossing werkt.
Schrijven in je tweede taal. Je spreekt Engels, of Duits, of Nederlands in, met het accent van je eerste taal. Het model werkt in een taal waar het veel van gezien heeft en worstelt met de uitspraak. Dit geval is te helpen met capaciteit en met woordenschat.
Schrijven in je eerste taal, en die is dun bedeeld. Hier heeft het model minder materiaal voor de taal zelf, en iedereen die hem gebruikt loopt tegen hetzelfde aan, met of zonder accent. Daar helpt vooral het verstrijken van tijd, plus gereedschap kiezen dat jouw taal überhaupt fatsoenlijk dekt.
De aanpassingen die het meest opleveren, en twee die averechts werken
Gebruik een groter model. Dit is de aanpassing die bij jou het meest kan schelen, want extra capaciteit is precies wat uitspraak aankan die het model minder gezien heeft. LocalType biedt 60, 190 en 539 MB. Draagt je telefoon de grootste, dan is dat de maat om mee te beginnen.
Voeg je woordenschat royaal toe. Namen uit je eerste taal, plaatsen, familienamen, de woorden die je dagelijks gebruikt en die een algemeen model in geen enkel accent ooit is tegengekomen. Die toevoegingen blijven op je telefoon en gaan als context naar het spraakmodel, precies op het moment dat het geluid met minder zekerheid gelezen wordt.
Praat in hele zinnen. De woorden om een lastige klank heen versmallen de mogelijkheden, dus een hele zin haalt veel meer terug dan een los woord. Deze gewoonte kost je niets.
Verander niet hoe je praat. Overdrijven richting een bedacht neutraal accent levert iets op waar het model nog minder van gehoord heeft. Je gewone stem is de stem waarmee het de meeste kans maakt.
Ga dichter bij de microfoon zitten. Schoon geluid helpt iedereen, en bij jou telt het extra, want er is minder ruimte om op terug te vallen.
Twee dingen die mensen daarnaast proberen, maken het slechter. Fors langzamer gaan praten is er één: modellen zijn geoefend op spraak op gewone snelheid, en heel langzaam en overdreven uitgesproken praten is ongewone invoer. Overstappen naar een andere taalinstelling om “dichterbij te komen” is de tweede. Je tweede taal inspreken terwijl het systeem je eerste verwacht, of andersom, levert zelfverzekerde onzin op en geen betere benadering.
Als je dag tussen twee talen heen en weer gaat
LocalType stelt uit de opname zelf vast welke van achttien talen je spreekt, dus een bericht in je eerste taal gevolgd door een in je tweede vraagt er tussendoor niets van je. Er is geen menu waar je langs moet.
Het vaststellen gebeurt op de opname als geheel, dus een zin die twee talen echt door elkaar mengt moet aan een van beide worden toegewezen. En korte uitingen geven het weinig om mee te werken, dus bij een antwoord van twee woorden gaat de keuze het vaakst mis. Hele zinnen spreken vangt allebei op.
Daar hoort één specifieke fout bij die onzichtbaar blijft tot je hem eenmaal ziet. De meeste talen hebben Engelse vaktermen opgenomen, en sprekers stappen er midden in een zin op over zonder het te merken: de naam van een vergaderprogramma, een bestandsformaat, een stuk jargon van het werk. De zin is Nederlands, en drie woorden erin zijn Engels, uitgesproken zoals het Nederlands ze uitspreekt. Zo’n zin ziet er zo uit: “Ik zet de meeting in Teams en stuur je daarna de PDF.” Drie geleende woorden, alle drie op zijn Nederlands uitgesproken. Voor een herkenner is dat oprecht lastig: de zin wordt als één taal aangemerkt, en daarbinnen staan woorden die bij een andere horen, uitgesproken met een accent dat bij geen van beide hoort.
De oplossing is opnieuw de woordenlijst. Voeg die geleende woorden toe, gespeld zoals je ze geschreven wilt zien. Het kost één keer tien minuten en het haalt de vervelendste foutcategorie uit een tweetalig werkleven weg.
Schrijven aan mensen die het schrijven beoordelen
Wie beroepsmatig in een tweede taal schrijft, weet allang dat fouten gelezen worden als een gebrek aan kunde en niet als een typefout. Een verkeerd verstaan woord kost je in dat soort correspondentie meer dan het een moedertaalspreker kost, want die krijgt het voordeel van de twijfel.
Het praktische antwoord is niet om inspreken te vermijden. Scheid de rondes: spreek vrijuit in om de inhoud op papier te krijgen, en lees het daarna één keer bewust na voordat je verstuurt, met aandacht voor namen en voor elke zin met een ontkenning erin. Een ontkenning die wegvalt draait de betekenis om, en dat is de enige fout die een lezer niet zelf kan repareren.
Die nalezing hoeft niet lang te duren. Namen, getallen, ontkenningen, en de eerste zin van je bericht: die vier dekken vrijwel alles wat een lezer tegen je zou kunnen gebruiken.
Al het andere blijft gelijk
Niets hiervan raakt de rest van het product. Het herkennen gebeurt op je telefoon uit een model dat in opslag staat waar alleen de app bij kan, en de app vraagt om internettoegang voor precies één doel: het ophalen van het model dat je koos.
Er is geen account, reclame ontbreekt, er draait geen tracking binnen het product, en er wordt geen archief van je opnames bewaard. De back-up van Android krijgt de gegevens van de app met opzet niet. In een wachtwoordveld wordt de microfoontoets niet aangeboden.
Dat rijtje telt praktisch voor iedereen die naar familie in het buitenland schrijft op een buitenlandse simkaart: er wordt niets geüpload, dus er gaat geen databundel aan op en er is geen verbinding nodig. In een vliegtuig of onderweg naar het vliegveld werkt het precies zoals thuis.
Waar je begint, en wanneer je oordeelt
Installeer het, kies het grootste model dat je telefoon comfortabel aankan, en besteed tien minuten aan de namen die je het vaakst schrijft, in allebei de talen.
Beoordeel het daarna na een week, niet na een middag. In een week kom je de woorden tegen die op je lijst horen; op één middag kom je alleen de eerste drie tegen.
De uitkomsten liggen waarschijnlijk iets onder wat een moedertaalspreker krijgt, op dezelfde telefoon, met dezelfde instellingen. Dat gat is echt. Alleen is dat niet de vergelijking waar jij iets aan hebt. De vergelijking die telt is met hoe je het anders had gedaan: met je duimen, op een schermtoetsenbord, in een taal die niet je eerste is.
De nauwkeurigheid is bovendien niet gelijk over de achttien talen die LocalType dekt, want ook daartussen is het oefenmateriaal ongelijk verdeeld. Veelgesproken talen komen er het best uit.