De telefoonapp van Braina is een afstandsbediening
Braina is een assistent voor Windows die spraak naar tekst kan omzetten. Dat gebeurt via onlinediensten of met modellen die op de pc zelf draaien. Het programma kent een heel brede reeks talen en doet naast inspreken nog van alles: spraakopdrachten, chatten, de computer bedienen door ertegen te praten.
Er bestaan Braina-apps voor Android en iOS, en daar loopt de verwachting spaak. Die apps zijn er om de pc op afstand te bedienen. De spraakherkenning zelf blijft werk van de computer.
LocalType doet dat werk op de telefoon. Het is een Android-toetsenbord met een microfoontoets, en het spraakmodel dat je verstaat is een bestand op je telefoon zelf. Geen pc ertussen, geen dienst erachter.
In de praktijk komt het neer op één keer installeren uit Google Play, het toetsenbord aanzetten in de instellingen van Android, en een modelmaat kiezen. Daarna staat de microfoontoets er in elke app waarin een tekstveld openstaat. De app werkt op Android 8.0 en nieuwer.
LocalType is een los product en heeft geen enkele band met Braina of Brainasoft.
Waarom “Braina voor Android” een verwarrende zoekopdracht is
Wie die woorden intikt, wil meestal een van twee heel verschillende dingen.
Een afstandsbediening voor de pc. Dan is de bestaande mobiele app het antwoord, en daar komt geen toetsenbord voor in de plaats. Vanaf de bank de computer in de andere kamer iets laten doen is een echt gebruik, en het werkt.
Inspreken op de telefoon, zoals Braina dat op de pc doet. Dat is precies wat de mobiele app niet dekt, want de herkenning verhuist nooit mee. De telefoon is een microfoon met een scherm, en de pc moet aan staan, bereikbaar zijn en het programma draaien.
Bij die tweede lezing komt LocalType in beeld. Sprak het idee je aan dat de herkenning gebeurt op hardware die van jou is en niet bij een dienst, dan is de telefoonversie van dat idee een toetsenbord met het model erin.
Een telefoon is geen bureau
Dat Braina modellen op de eigen machine kan draaien is oprecht aantrekkelijk, en het is verleidelijk om te denken dat zoiets zomaar naar een telefoon verhuist. Dat gaat niet op, om twee redenen: de hardware, en het ritme waarin je op een telefoon schrijft.
Een computer op je bureau heeft geheugen over, een ventilator die warmte wegblaast, en vaak een videokaart die het zware werk wil doen. Een telefoon heeft niets van dat alles. Een paar gigabyte geheugen, gedeeld met alles wat er verder draait, geen ventilator, en een accu die zo lang mogelijk mee moet. Wat daar draait, moet klein genoeg zijn om snel te laden, klaar zijn voordat je ongeduldig wordt, en netjes stoppen op het moment dat jij stopt met praten.
Die beperking is het hele ontwerpprobleem waarvoor LocalType bestaat, en daarom levert de app meer dan één spraakmodel. Het kleinste is 60 MB en is bedoeld voor telefoons die krap in het geheugen zitten. Het middelste is 190 MB en is het advies waarmee de meeste mensen goed zitten: op een testtelefoon met 4 GB geheugen zette het 6,9 seconden spraak in 4,1 seconden om naar tekst. Het grootste is 539 MB en doet er ruwweg twee keer zo lang over als je aan het praten was; dat is er voor wie liever even wacht dan achteraf een woord verbetert. Er staat er één tegelijk op je telefoon, dus wissel je van model, dan neemt het nieuwe bestand de plek van het oude in.
Het ritme is de tweede helft van het verschil. Aan een bureau spreek je in lange stukken. Je zit alleen, of vrijwel alleen, je hebt een document open, en je praat een alinea vol voordat je stopt om terug te lezen. Software die daarvoor gemaakt is, mag best een aanloopje hebben en een eigen venster.
Op een telefoon werkt bijna niets zo. Je spreekt één zin in een antwoord terwijl je loopt. Je zet een regel bij een boodschappenlijstje in de winkel. Je reageert op een bericht met iemand naast je, dus je zegt het zacht en snel. Handelingen van vijf seconden, en elke drempel breekt ze: een app die open moet, een toestemming die bevestigd wil worden, een resultaat dat je nog moet kopiëren en in het goede veld plakken.
Daarom zit de microfoon bij LocalType op het toetsenbord en niet in een aparte app. Niet omdat een losse app het slechter zou verstaan, maar omdat je binnen die vijf seconden geen tweede app opent.
Achttien talen, en geen verbinding nodig
LocalType kent achttien talen met één meertalig model. Welke daarvan je spreekt, haalt het uit de opname zelf, dus tussen twee berichten van taal wisselen kost je niets. Zet je een vaste taal, dan lopen de indeling, het woordenboek en de taal van het inspreken samen op.
Dat zijn er minder dan een programma voor de pc met serverhardware erachter kan bieden, en de reden is de hardware: een model dat op een telefoon past, kan niet alles even goed dekken. Ook tussen die achttien verschilt de nauwkeurigheid, want het oefenmateriaal verschilt ook.
Omdat het model op je telefoon staat, hangt inspreken niet af van een computer die wakker is of een netwerk dat er is. In de trein, in het vliegtuig, in het buitenland met de data uit, in een kelder: de app doet hetzelfde, want er reisde toch al niets.
Internet is precies één keer nodig, en dat is om het spraakmodel van je keuze op te halen. Daarna wordt er niet meer om gevraagd, en er zit niets in de app dat audio ergens naartoe stuurt. Er is geen account, er is geen tracking in de app, en de gegevens van de app blijven met opzet buiten de back-up van Android. Het modelbestand staat in de eigen opslag van de app, niet ergens waar een andere app bij kan. LocalType bewaart geen archief van je opnames, want de audio wordt tekst en daar eindigt het. In de app zit geen reclame, dus wat je inspreekt voedt geen profiel. En in wachtwoordvelden schakelt de microfoon zichzelf uit, want daar is een ongelukje echt duur.
Een assistent tegenover een toetsenbord
Het andere echte verschil is de breedte, en dat pakt net zo vaak tegen ons uit als voor ons.
Braina doet veel. Het antwoordt, het zoekt, het automatiseert, het bedient de machine. Spraak omzetten is één vaardigheid binnen een bredere assistent, en die assistent hoort bij het Windows-bureau: een machine die er de ruimte voor heeft, met een telefoon-app om hem van de andere kant van het huis te bereiken.
LocalType doet één ding. Het is een toetsenbord. Er zit geen assistent in, geen chatbot, niets dat vragen beantwoordt of teksten voor je verzint. Je spreekt, het schrijft op wat je zei, en daar houdt de functie op. Als er niet geluisterd wordt, is het een gewoon toetsenbord met autocorrectie, woordsuggesties, een woordenboek per taal, de gangbare indelingen waaronder QWERTZ en AZERTY waar die verwacht worden, en een volledige set emoji. Je eigen achternamen en vaktaal voeg je met de hand toe; die woorden blijven op je telefoon en gaan als context mee naar het spraakmodel.
Er is ook een gebruik waarvoor een telefoon geen goede vervanging is. Spreek je hele documenten achter elkaar in, dan wil je een groot scherm om mee te lezen, een microfoon die stil staat, en een programma dat een uur spraak aankan. Het bureau blijft daarvoor de betere plek, en Braina lost dat op zijn eigen manier op. Op de telefoon gaat het om de zinnen die er tussendoor uit moeten.
Wilde je een spraakassistent, dan is dit er geen. Wilde je alleen het inspreken, zonder alles wat er bij een assistent aan vast zit, en dan op de telefoon waarop tegenwoordig het meeste geschreven wordt, dan is dit precies het aanbod.