Twee systemen, één zin
Als je inspreekt zitten er twee losse stukken software aan wat er op het scherm verschijnt.
De herkenner bepaalt welke woorden je uitsprak. Hij werkt vanuit klank plus de omringende woorden, en heeft hij het mis, dan is de uitkomst een echt woord dat lijkt op wat je zei.
Het woordenboek achter de autocorrectie bepaalt of een woord op het scherm eruitziet als een vergissing. Het werkt vanuit spelling en vanuit de taal waarin het denkt dat je schrijft, en heeft het mis, dan is de uitkomst een woord dat vervangen is door een gewoner woord.
De meeste ergernis op dit gebied komt doordat het een de schuld krijgt van de fouten van het ander. Daarna volgt een oplossing die nooit had kunnen werken: de autocorrectie eruit gooien voor een fout van de herkenner, of een groter model downloaden voor een fout van het woordenboek.
Ze uit elkaar houden
Twee vragen wijzen bijna altijd de dader aan.
Kwam het verkeerde woord er meteen uit, of veranderde het daarna? Fouten van de herkenner komen al fout binnen. Fouten van de autocorrectie verschijnen goed en veranderen daarna, vaak terwijl je doorgaat.
Gebeurt hetzelfde als je het tikt? Tik het woord met de hand. Wordt het vervangen, dan is het woordenboek verantwoordelijk. Gaat tikken goed en inspreken niet, dan is het de herkenner.
Doe die tweede proef voordat je welke instelling dan ook aanraakt. Hij kost vijf seconden en beslist de vraag definitief.
Het gebaar dat het woordenboek bijleert
Verbetert je toetsenbord een woord dat je wél wilde, tik dat woord dan aan. Meestal komt het origineel terug samen met een paar alternatieven, en kies je jouw versie, dan leert het woordenboek om ermee op te houden. Bij de meeste toetsenborden is een paar keer genoeg om het bij dat woord definitief op te geven.
Dit staat in de uitleg bij geen enkel toetsenbord, en het is de goedkoopste oplossing van allemaal: je hoeft er niets voor uit te zetten en niets voor te installeren.
De taalinstelling is meestal de dader
De autocorrectie gebruikt een woordenboek dat aan de taal van het toetsenbord hangt. Het inspreken werkt misschien in een andere taal, of doordat jij dat zo hebt gezet of doordat het systeem het uit je spraak heeft afgeleid.
Zijn die twee het oneens, dan lijkt alles kapot. Je spreekt een volstrekt goede Nederlandse zin in en een Engels woordenboek verbetert er meteen de helft van naar Engelse woorden die nooit gezegd zijn. De herkenner deed zijn werk, het woordenboek maakte het ongedaan.
De oplossing is ze gelijkzetten. Zet één taal vast en laat het toetsenbord niet op automatisch staan; dan bewegen de indeling, het woordenboek en de taal van het inspreken samen en verdwijnt de botsing. Schrijf je een tijd achter elkaar in één taal, dan kost die keuze je verder niets.
Wissel je werkelijk voortdurend, reken dan hier op wat wrijving. De taal uit een opname afleiden is betrouwbaar; een woordenboek dat vooraf gekozen moet worden kan dat niet perfect volgen. Dat is een echte beperking en geen instelling die je over het hoofd hebt gezien.
Bij namen doet dit het meest pijn
Eigennamen zijn het botspunt, want ze falen in allebei de systemen tegelijk.
De herkenner is de achternaam van je collega nooit tegengekomen, dus levert hij een gewoon woord dat erop lijkt. Tik je die naam daarna met de hand goed in, dan kent het woordenboek hem ook niet en biedt het aan om hem terug te veranderen. Je bent twee keer met dezelfde naam bezig, en de tweede keer met je duim.
Het woord aan je eigen woordenlijst toevoegen verhelpt allebei de helften. LocalType houdt die toevoegingen op de telefoon en geeft ze als context aan het spraakmodel, zodat de naam al tijdens het herkennen een kandidaat is en niet pas achteraf getolereerd wordt.
Neem meteen de schrijfwijzen mee die je zelf nooit zou tikken: de tussenvoegsels, de streepjes, de hoofdletter midden in een merknaam, de afkorting die je op je werk als woord uitspreekt.
De verleiding om de autocorrectie uit te zetten
De autocorrectie doet een hoop onzichtbaar werk aan de getypte helft van je schrijven. Zet je hem uit om een probleem met inspreken te verhelpen, dan ruil je een kleine ergernis in voor een grote, zeker op een telefoon waar je tikwerk toch al slordig is.
De uitzonderingen zijn smal. Schrijf je in een taal die het toetsenbord slecht dekt, of zit je werk vol technische reeksen die geen woorden en geen namen zijn, dan komt het woordenboek voortdurend tussenbeide en is uitzetten redelijk.
Voor alle anderen pakken de talen gelijkzetten en je woordenschat toevoegen het probleem bij de wortel aan, en blijft het verbeteren van echte typefouten overeind.
Er zit een reden onder waarom je dit op een laptop nooit had. Schrijven op een computer heeft doorgaans spellingcontrole en geen autocorrectie: het markeert een woord en wacht op jou. Telefoons verbeteren geruisloos terwijl je bezig bent, want tikken op glas is onnauwkeurig genoeg dat wachten op bevestiging niet uit te houden zou zijn.
Geruisloos verbeteren is de juiste standaard voor duimen en de verkeerde voor inspreken, waar de invoer al een hele, bewuste zin was. Geen enkel toetsenbord ontsnapt daaraan, want die standaard is gekozen voor de invoer die het vaakst langskomt, en dat blijven duimen.
Woordsuggesties zijn een derde ding
Mensen gooien alle inmenging van het toetsenbord op één hoop, en dit deel hoort er niet bij.
De balk boven de toetsen die het volgende woord aanbiedt, is voorspellen en geen verbeteren. Hij verandert nooit uit zichzelf iets; er gebeurt pas iets als je hem aantikt.
Dat onderscheid telt als je een probleem aan het uitzoeken bent. Veranderen er woorden zonder dat je iets aanraakt, dan is voorspellen niet de oorzaak. Neem je per ongeluk suggesties aan terwijl je naar de spatiebalk grijpt, dan is het dat juist wel, en de oplossing is een gewoonte en geen instelling.
Voorspellen gedraagt zich na inspreken ook anders dan na tikken. Het heeft net een hele zin binnengekregen en geen drie losse letters, dus het heeft meer om op af te gaan.
Eén taalinstelling voor allebei de helften
Het woordenboek volgt de taal die je instelt, en één taal vastzetten laat de indeling, het woordenboek en de taal van het inspreken samen bewegen. Woorden die je met de hand toevoegt dienen allebei de kanten: ze houden de autocorrectie tegen, en ze gaan als context naar het spraakmodel zodat het herkennen er ook beter van wordt. Die toevoegingen blijven op je telefoon.
Verder blijft de app precies hetzelfde. Het herkennen gebeurt op je telefoon zelf, uit een model in opslag waar alleen de app bij kan. Om internettoegang wordt gevraagd voor precies één doel, het ophalen van het model dat je koos, en er is geen account. Reclame ontbreekt, er draait geen tracking binnen het product, er wordt geen archief van je opnames bewaard, en de back-up van Android krijgt de gegevens van de app met opzet niet. In een wachtwoordveld verschijnt de microfoontoets niet, en het toetsenbord leert ook niet van wat je daar tikt.
Vier stappen, en dan is het over
Kijk of de fout meteen verschijnt of achteraf verandert. Tik het woord met de hand om te bevestigen welk systeem verantwoordelijk is. Zet de taal van het toetsenbord gelijk aan de taal die je spreekt. Voeg de namen en vaktermen toe die je geregeld gebruikt. En overweeg pas daarna om iets uit te zetten.
Kom je bij die laatste, schrijf dan eerst een week lang op welke woorden het precies waren. Gaat het om drie namen, dan is je woordenlijst het antwoord. Gaat het om elke tweede regel van een offerte, dan pas is uitzetten dat.